De Nieuwste Pabo

majorfase

Majorfase
Opleidingsdidactiek in jaar 1 en 2
De opleidingsdidactiek wordt gekenmerkt door:
·         het stimuleren van een onderzoekende houding (bv. onderwijsgroepen, integratie van de onderzoekslijn, onderzoek als vast onderdeel van minoren)
·         een sterke verbinding van theorie en praktijk (thema’s op basis van beroepstaken, pendel theorie–praktijk in onderwijsgroepen, SLB, vakgerichte bijeenkomsten, samen opleiden SLB-er– mentor-schoolopleider) 
·         werkplekleren is meer dan stage (leerwerkgemeenschappen, beginnend professional, niet-lesgebonden taken, CoP’s , naast uitvoerende taken ook studie-activiteiten)
·         integrale benadering (thema’s, integratie W&T, internationalisering, werkplekbeoordeling)
·         ontwikkeling van een gedegen kennisbasis (groot aantal contacturen, kennisbasis hanteren, kennistoets, verantwoorden van handelen op basis van theorie)
·         bevorderen transfer (SLB, C-week, toetsing)
·         persoonlijke ontwikkeling (vrije studieruimte, werkplekbeoordeling breder dan beroepshandeling sec, studieloopbaanbegeleiding, niet-lesgebonden activiteiten)
·         toetsen stimuleren betekenisvol leren (ontwikkelingsgericht, verbonden aan thema’s, authentiek en praktijknabij, relatie kennis en handelen)
 
De opleidingsdidactiek is herkenbaar op verschillende niveaus:
·         In de structuur van de opleiding
In elk thema staan een of meerdere authentieke beroepstaken centraal. Deze zijn geordend naar de mate van toenemende complexiteit. Vakken worden geïntegreerd in elk thema, maar blijven herkenbaar met eigen specifieke inhoud. Periode 1 t/m 10 kent een A – B – C – ritmiek. Deze structuur maakt transfer en een goede integratie van theorie en praktijk mogelijk. Alle opleiders, ieder vanuit de eigen rol (vakexpert, tutor, SLB’er, mentor, schoolopleider), zijn gericht op de integratie van kennisontwikkeling, professionele en persoonlijke ontwikkeling van de student.
·         In het werkplekleren
Het werkplekleren is vanaf het begin van de opleiding een essentieel onderdeel van het totaal en omvat 40% van de opleidingstijd. De werkplek wordt in alle facetten optimaal benut voor de integratie van kennis en de professionele en persoonlijke ontwikkeling. Werkplekleren is contextgebonden, daarom is er expliciete aandacht voor transfer en de-contextualiseren.
·         In het primair proces
De opleider in contact met de student is vanuit de eigen rol gericht op het stimuleren van een onderzoekende houding, verbinding van theorie en praktijk, aanzetten tot verdieping en betekenisvol leren, integratie van diverse onderdelen en het zoeken naar samenhang tussen persoonlijke,  professionele en kennisontwikkeling. 
 

 
Karakter van de weken
Het karakter en het ritme van de verschillende weken (A, B, en C) staan vast. Hieronder de bijbehorende functies en activiteiten per onderdeel en per week.


A

B

C

Onderwijsgroep
-           Vakoverstijgende begeleiding
-           Nieuwsgierig maken
-           Kapstok
-           Integratie
-           Differentiatie
-           Sociaal-constructivistisch
-           Link naar toetsing
-           Themadoelen
-           Het leren richten
Eerste bijeenkomst (begin week)
-           Verkennen van het thema en de beroepstaken
-           Subjectieve concepten ontsluiten (voorkennis linken aan thema en leerbehoefte)
-           Motiveren, nieuwsgierig maken, vragen stellen
-           Richten op themadoelen
-           Vanuit de beroepstaak/casus formuleren van leerwerkactiviteiten/doelen
-           Richten op vakgerichte bijeenkomsten (wat te halen)
-           Duidelijkheid over de verwachtingen
-           Afspraken maken (doorgeven aan vakdocenten)
Tweede bijeenkomst (einde week)
-           Rapportage opbrengsten van vakgerichte bijeenkomsten en zelfstudie
-           Koppeling, samenhang met beroepstaak/casus
-           Koppeling naar werkplek en concretisering leerwerkplan student B-week
-           Afspraken maken (doorgeven aan vakdocenten)
Vakgerichte bijeenkomsten
-           Vanuit beroepstaak invulling en verdieping vanuit vak
-           Themadoelen, tussendoelen helder voor vakgebied
-           Gekoppeld aan deze doelen basistheorie en vaardigheden
-           Voorkennis activeren
-           Betekenisvol aanbod
-           Verwachtingen en integrale toetsing van de leeropbrengsten na 3 en 10 weken
-           Startend vanuit gehele taak, opbouw van de gehele taak, van geheel naar deel
-           Suggesties geven voor werkplekdoelen, gedifferentieerd, stimuleren en begeleiden
-           Gerichte ondersteuning voor uitvoering van de beroepstaak (bijv. modelleren, scaffolding, begeleid oefenen)
Mogelijkheid tot
-           College
-           Excursie
-           Atelier
-           Inzet gastdocenten
-           Consultatie
-           …
Zelfstudie
-           Bestuderen van literatuur, internaliseren
-           Voorbereiden, onderzoeken, samenwerken, verwerken, ontwerpen, evalueren, enz.

Uitvoeren van leerwerkplan  (opgesteld uit thema (incl. vakken), persoonlijke ontwikkeling en kennisbases)
Kenmerken (meer dan stage)
-           Activiteiten voor de groep/individuele kinderen/kleine groep leerlingen voorbereiden, uitvoeren en evalueren
-           Gericht/doelgericht observeren van kinderen, mentor, leerkracht, medestudenten, enz.
-           Bestudering van methodes, dossiers, leerlijnen, themagerelateerde literatuur, schoolplannen, enz.
-           Niet-lesgebonden activiteiten voorbereiden, uitvoeren en evalueren binnen en buiten de klas (projecten, werkgroepen)
-           Doelgerichte interviews en gesprekken met mentor, medestudenten, IB’er, enz.
-           Vergelijkend, klasoverstijgend onderzoek
-           Participeren in overleg (ook als beginnend deelnemer, bv. iets uitzoeken of voorbereiden)
-           Oriëntatie op buitenschoolse partners, omgeving, buurt leren kennen enz.
-           Zicht op en steeds meer bijdrage leveren aan schoolontwikkeling

Onderwijsgroep (einde week)
-           Terugblik
-           Kapstok
-           Samenhang, integratie op niveau van thema en de vakken onderling
Vakgerichte bijeenkomsten
Aan de hand van VESIT model
-           Kort herhalen A week (V)
-           Terugkoppeling, uitwisseling (E) en structurering (S) opbrengsten B-week
-           Verdieping van ervaringen (I), door in te zoomen op enkele kenmerkende ervaringen
-           Actieve transfer naar theorie (T), vergelijking, discrepanties opsporen, verklaringen zoeken, decontextualiseren
-           Betekenisvol aanbod (T)
Mogelijkheid tot
-           College
-           Excursie
-           Atelier
-           Inzet gastdocenten
-           Consultatie
-           …
Zelfstudie
-           Bestuderen van literatuur, internaliseren
-           Voorbereiden, onderzoeken, samenwerken, verwerken, ontwerpen, evalueren, enz.


 

 
Onderdelen per periode
In elk van de 10 periodes zijn de volgende onderdelen te herkennen:
·         Thema (onderwijsgroepen, vakgerichte bijeenkomsten, colleges/excursies)
·         Werkplekleren
·         Studieloopbaanbegeleiding
·         Kennisbases
·         Onderwijswerkplaatsen
·         Zelfstudie
 


Thema


 


Algemene kenmerken van thema’s
 

·          Inspirerend, betekenisvol;
·          Diverse competenties zijn herkenbaar (keuzes maken);
·          Uitvoering in kleine groepen (10-15) voor goede discussie (1 a 2 keer per week);
·          Afwisseling in de mate van sturing: van keuze binnen kaders (vakspecifiek ) tot zelfsturing;
·          Werken rond een onderwerp dat wordt uitgediept.

Uitgaan van beroeps-praktijk
 

·          Authentieke beroepssituaties als uitgangspunt;
·          Beroepstaken bepalen kijkrichting, werkveld en opleiding vinden het samen relevant;
·          Uitvoerbaar op werkplek en herkenbaar in het werkveld (student moet thema terugzien);
·          Een afgerond en afgebakend geheel dat gerelateerd is aan het beroep;
·          Sterke relatie met werkveld, uitdagen tot studie in werkveld,  werkveld moet het belang ondersteunen;
·          Inzoomen op meerdere SBL-competenties.

Verbinden beroeps-praktijk met opleiden

·          Pendelen tussen praktijk en theorie, werkplekleren + verdieping van kennis, theoretische basis met (mogelijkheid tot) verdieping, in de diepte duiken;
·          Uitvoerbaar zijn op de werkplek en het instituut;
·          Er moet iets te onderzoeken zijn (niet als wetenschappelijk onderzoek bedoeld), kennis opdoen, verdieping in literatuur.

Fasering in de opleiding
 

·          Duidelijke opbouw, lineaire opbouw van vakken, samenhang met andere thema's, logisch verband tussen de thema's, thema’s samen dekkend voor het gehele beroepsprofiel, van minder naar meer;
·          Thema’s kunnen omvangrijk zijn, thema's kunnen op elkaar volgen, doorlopende (onderzoeks)lijn;
·          Terugkoppeling naar voorgaande thema's, opbouw van thema's tot een geheel;
·          Passend binnen de fase van de opleiding;
·          Thema’s dragen kenmerken van oriënteren - analyseren – experimenteren – evalueren.

Inspelen op actualiteit en ontwikke-lingen voor de toekomst

·          Innovatief voor de beroepspraktijk (nieuwe inzichten worden meegenomen), inspelen op beleidsagenda’s voor de komende jaren, toekomstgericht, denken aan thema's van de toekomst (IPC, IBO, PYP, rekenen, talentontwikkeling, passend onderwijs, internationaal, inclusief onderwijs, opbrengstgericht onderwijs);
·          Maatschappelijk relevant, passend binnen de actualiteit van het moment (rekenen-taal-hoogbegaafdheid-wetenschap & techniek enz.),  onderwijs moet ruimte bieden om in te spelen op de maatschappelijke actualiteit;
·          Ieder thema heeft kenmerken waardoor herkenbaar en kwalitatief voldoende aandacht is voor de aandachtsgebieden: internationalisering, wetenschap & techniek en onderzoek.

Integreren van vakken  bij  kenmerkende gehelen (beroeps-situaties)

·          Vakkenintegratie, samenwerking vanuit een gemeenschappelijke visie, waarbij de vakdisciplines niet te scheiden zijn maar wel te onderscheiden. Geïntegreerd geheel, waar mogelijk integreren in vakken en lijnen, integratie met vaardigheidslijnen, waarin een bredere context aan de orde komt;
·          Samenhang van inhouden/vakken, duidelijke inbreng en herkenbaarheid afzonderlijke vakken,  opdrachten worden geïntegreerd,afgewisseld met  vakoverstijgend werken;
·          Met vakinhouden aansluiten op inhouden van het betreffende thema.

Betrokkenheid student versterken

·          Passend bij wat studenten willen leren, voldoende uitdaging bieden, betekenisvol zijn voor de studenten, inspirerende werking, ruimte voor eigen inbreng student, opwekken van leerenergie;
·          Maximale ruimte voor de individuele inbreng binnen kaders van het thema.

Kwaliteit en eisen aan niveau stellen

·          Toetsing op alle niveaus, duidelijke criteria en hoge verwachtingen;
·          Inzet piramide van Miller in het kader van toetsing.;
·          Verbinding met toetsingseisen.
 


 
Thema’s met beroepstaken
Een thema bestaat uit één of meerdere beroepstaken. In bijlage 4 is een lijst opgenomen van gehelen/thema’s en daaraan gekoppelde delen/beroepstaken. De beschrijving van deze lijst (thema’s en beroepstaken) geeft een indruk van de hoofdlijnen van de thema’s. Kijk voor concrete informatie over de thema’s op www.denieuwstepabo.nl.
 
Onderwijsgroepen
In groepen van maximaal 12 studenten worden de beroepstaken besproken aan de hand van de zevensprong. De zevensprong vormt een onderdeel van de onderzoekslijn. De studenten formuleren n.a.v. de taak leer- en toepassingsdoelen en rapporteren hun leeropbrengsten in de onderwijsgroep, zodat de probleemstelling van de taak opgelost kan worden. In week A: stap 1 t/m 5, in week C: stap 7. Een beroepstaak kan op verschillende manieren geïntroduceerd worden: door een casus, videofragment, discussietaak, projecttaak, enz. Hieronder de stappen van de zevensprong:
 
·         Stap 1: Begrippen verhelderen
·         Stap 2: Probleemstelling formuleren (of een vraagstelling)
·         Stap 3: Brainstorm (analyseren van het probleem, voorkennis activeren)
·         Stap 4: Probleemanalyse systematisch inventariseren – ordenen van verklaringen
·         Stap 5: Leervragen formuleren (voor de groep gelijk) en mogelijke toepassingsdoelen verkennen (verschillen per individu)
·         Stap 6: Studie (in vakgerichte bijeenkomsten, op de werkplek en zelfstandig: actief studeren)
·         Stap 7: Rapportage (antwoord op de probleemstelling)


Vakgerichte bijeenkomsten
In elke periode zijn alle clusters vertegenwoordigd: in de thema-ontwerpgroepen, in de beroepstaken, in de toetsing en in de vakgerichte bijeenkomsten. Na de inleiding van de beroepstaak in de onderwijsgroep zoomt de vakdocent in op de taak vanuit zijn vak. Vanuit de vakken krijgt de student toepassingsdoelen mee voor het werkplekleren en zelfstudietaken. De student vertaalt dit naar zijn eigen beginsituatie en praktijkcontext en voert dit uit. In de C-week worden de leerervaringen van de studenten uitgewisseld en verdiept per vak in de vakgerichte bijeenkomsten. Dit alles maakt deel uit van stap 6 uit de zevensprong.
 


Werkplekleren


Het werkplekleren van de student (leren en werken vanuit doelen, afkomstig van thema, persoon en schoolontwikkeling) vindt plaats op zgn. ‘opleidingscholen’. Zie voor de kenmerken van een opleidingsschool paragraaf 6.1.
Op de werkplek werkt de student aan zijn eigen leerwerkplan, legt hij  de verbinding tussen theorie en praktijk, herkent hij de authentieke beroepsituaties, doet hij relevante kennis en ervaring op ten aanzien van de beroepstaken, zowel in lesgebonden activiteiten als buiten de groep en levert hij een bijdrage aan de schoolontwikkeling. Hierdoor ontwikkelt de student zich als persoon en als professional. Voor nadere invulling van het werkplekleren zie ook paragraaf 5.2.
 


Studieloopbaanbegeleiding


Het studeren aan een HBO-instelling doet een groot beroep op reflectieve en communicatieve vaardigheden van een student. Voor een opleiding tot leraar basisonderwijs geldt dit in hoge mate. Het kunnen nadenken over eigen functioneren en planmatig werken aan het bereiken van eigen doelen die zich goed verhouden tot criteria die de opleiding stelt, is een voorwaarde voor het sturen van de eigen professionele ontwikkeling. Deze vaardigheid zal in de latere beroepspraktijk van belang zijn. Studieloopbaanbegeleiding beoogt hieraan een bijdrage te leveren.
Studieloopbaanbegeleiding is gericht op persoonlijke ontwikkeling ten dienste van de professionele ontwikkeling. Daarnaast beoogt studieloopbaanbegeleiding een vinger aan de pols te houden en de studievoortgang van de student in beeld te brengen. Studieloopbaanbegeleiding biedt de student ondersteuning bij algemene beroepsvaardigheden als het maken van een leerwerkplan, voorbereiden, evalueren en analyseren van leeractiviteiten en reflecteren. Ook beoogt studieloopbaanbegeleiding te voorzien in persoonlijke begeleiding van de student waarin welbevinden, zelfvertrouwen, planning, studiehouding, keuzes etc. onderwerp zullen zijn. Studieloopbaanbegeleiding vindt plaats in alle fasen van de opleiding.
 


Kennisbases


De kennisbases worden geïntegreerd in de thema’s. Voor rekenen en taal zijn er naast het thema extra bijeenkomsten ingepland.
 


Onderwijswerkplaatsen


Voor de domeinen Oriëntatie op Jezelf en de Wereld, Kunstzinnige Vorming, Rekenen en Nederlands wordt in jaar 1 in elke periode een onderwijswerkplaats ingeroosterd. De inhoud van de onderwijswerkplaats betreft: werken aan eigen vaardigheid, vragen van studenten n.a.v. de beroepspraktijk en het thema en door de docent geplande activiteiten. Aanwezigheid van studenten is facultatief, maar niet vrijblijvend (inschrijven betekent aanwezigheid).
 


Zelfstudie


Zelfstudie vindt plaats op het instituut, op de werkplek en thuis. Ter ondersteuning zijn digitale en fysieke leeromgevingen ingericht.
 
Overzicht van de vakken in jaar 1 en 2


Thema 1: Studie en beroep in beeld

Thema 2: Leren en onderwijzen

Thema 3: Een krachtige leeromgeving

Thema 4: Ruimte voor talenten


Menswetenschappen, incl. levensbeschouwing/ geestelijke stromingen gekoppeld aan pedagogiek
Taal/schrijfond./Engels: Nederlands
Rekenen/wiskunde
OJW: Natuur- en milieueducatie
Kunstzinnig/beweging:  (DRUM/TH)


Menswetenschappen
Taal/ schrijfond./ Engels:  Nederlands
Rekenen/wiskunde
OJW: W&T
Kunstzinnig/beweging: TH (tekenen/handvaardigheid)

Menswetenschappen, incl. levensbeschouwing/ geestelijke stromingen gekoppeld aan pedagogiek
Taal/schrijfond./Engels: Nederlands
Rekenen/wiskunde:
OJW: geschiedenis
Kunstzinnig/beweging: Drama/muziek

Menswetenschappen
Taal/ schrijfond./ Engels: Nederlands, gekoppeld aan schrijfonderwijs
Rekenen/ wiskunde
OJW: aardrijkskunde
Kunstzinnig/beweging: beweging

Thema 5: Talent in ontwikkeling

Thema 6: Van peuter tot puber

Thema 7: School, omgeving en maatschappij

Thema 8: Vergelijk.nl

Menswetenschappen
Taal/schrijfond./ Engels: Nederlands, gekoppeld aan schrijfonderwijs
Rekenen/ wiskunde
OJW: geschiedenis
Kunstzinnig/ beweging: TH

Menswetenschappen
Taal/schrijfond./ Engels
Rekenen/ wiskunde
OJW: aardrijkskunde
Kunstzinnig/ beweging: DRUM

Menswetenschappen, incl. levensbeschouwing/ geestelijke stromingen gekoppeld aan pedagogiek
Taal/schrijfond./ Engels
Rekenen/wiskunde
OJW: gezond/bio/ veiligheid
Kunstzinnig/ beweging: TH

Menswetenschappen
Taal/schrijfond./ Engels
Rekenen/ wiskunde
OJW: natuur
Kunstzinnig/ beweging: DRUM


 
Urenverdeling per periode in jaar 1
NB          1 week = 5 dagen = 40 uur à 1 periode is 400 uur
Bijeenkomsten zijn 1,5 uur (=1 keer)
Werkplekleren:
·         19 dagen (A- en C -week 1 dag, B-weken 4 dagen, 1 dag is 8 uur)
·         Inclusief o.a. uitvoeren toepassings- en persoonlijke leerdoelen, zelfstudie (voorbereiding, evaluatie, onderzoek e.d.), werkplekbeoordeling, gesprekken en groepsgebonden bijeenkomsten
Themagerelateerde bijeenkomsten:
·         Onderwijsgroepen( ongeveer 12 stud.)                                      9 keer
·         Vakgerichte bijeenkomsten (ongeveer 24 stud.) per vak    6 keer, incl. beroepsproducten
·         Colleges/training/workshops/excursies (ongeveer 72 stud.) 8 keer
·         Wetenschap & Techniek (ongeveer 24 stud.):                          2 keer
·         Kennistoets                                                                                                             2 keer
SLB
·         SLB-bijeenkomst (ongeveer 18 stud.)                                          3 keer
(thema 1 is afwijkend; namelijk 6 keer)
·         Individueel gesprek                                                                                             1 keer
Kennisbases
·         Rekenen (ongeveer 24 stud.)                                                          6 keer
·         Nederlands (ongeveer 24 stud.)                                                     6 keer
Onderwijswerkplaatsen (facultatief)
·         Rekenen (ongeveer 24 stud.)                                                          3 keer
·         Nederlands (ongeveer 24 stud.)                                                     3 keer
·         OJW (ongeveer 24 stud.)                                                                   3 keer
·         Kunst (ongeveer 24 stud.)                                                                 3 keer
Zelfstudie:
·         165,5 uur per periode (gemiddeld 16,6 uur per week)
·         Exclusief zelfstudie tijdens werkplekleren
 
Kwaliteitszorg
Het instituut wil de kwaliteit van het opleidingsprogramma voortdurend verbeteren. Dat streven wordt vormgegeven door in alle onderdelen en op alle niveaus een verbetercyclus te hanteren. Daarbij worden alle belanghebbenden betrokken: studenten, medewerkers van het instituut, het werkveld, het voortgezet onderwijs en ROC’s. Hierbij maakt het instituut gebruik van diverse instrumenten en middelen: gestructureerde gesprekken, vragenlijsten en panels.
  

Deze website maakt gebruikt van cookies voor het verbeteren van de gebruikerservaring

Cookies toestaanMeer informatie over de cookiewetgeving